‘Het leernetwerk RPO-Prof ontwikkelt de doorgaande leerlijn verder.’ Zonder veel toelichting staat deze zin op onze website. Wat wordt er bedoeld met de doorgaande leerlijn of ontwikkelingslijn? We vroegen het aan vier betrokkenen: Ton Roelofs, Evelien Loeffen, Nelleke Belo en Angelique van Riel. Zij geven er vanuit hun eigen invalshoek – respectievelijk schoolleiding, begeleiding van een PLG, lerarenopleiding en HRM op bestuursniveau – hun visie op. 

Ton Roelofs, voorzitter regiegroep RPO Rijnmond en directeur onderwijs PENTA college CSG:
‘Het ideaal is dat leraren hun ontwikkeling ervaren als een ongehinderde lijn waarin hun eigen professionalisering centraal staat, dus vanaf het moment dat ze de opleiding volgen totdat ze met pensioen gaan of de sector verlaten. Niet vanuit de algemene opvatting van ‘leven-lang leren’, maar omdat leraren als kenniswerkers gericht zijn op het leren van mensen. Leraren hebben een voorbeeldfunctie voor leerlingen en studenten. Vanuit hun beroepsrol is professionalisering een opdracht.
Het gaat om kwalitatief goed onderwijs voor onze leerlingen en dat we hen goed voorbereiden op de deelname in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Daarvoor heb je docenten nodig die zich met de gegeven talenten het best ontwikkelen.
Ik hoorde eens dit voorbeeld uit de Verenigde Staten: een high school hield een zwemwedstrijd. Telkens nadat leerlingen een reeks baantjes hadden getrokken, volgde er een prijsuitreiking. Niet de snelste zwemmers kregen een prijs, nee, prijswinnaars waren de leerlingen die hun eigen prestatie het best verbeterden! Zo zie ik het ook voor leraren, voor hoe zij omgaan met hun talenten.
We hebben sinds kort een mooi inhoudelijk voorbeeld van informeel leren binnen onze opleidingsschool: de werkplaats. Die maakt professionalisering laagdrempelig bereikbaar. Leraren zijn hier bezig met hun eigen en elkaars leervragen, opgekomen op hun eigen werkplek. Door samen daarmee bezig te zijn, vermeerdert hun kennis en wordt die verdiept.
We zijn met de Onderwijscoöperatie in gesprek om de werkplaats erkend te krijgen als professionaliseringsactiviteit voor het Lerarenregister.’

Evelien Loeffen, adviseur KPC Groep en begeleider van het Leernetwerk RPO-Prof:
‘Het leernetwerk RPO-Prof is een heterogeen gezelschap dat het onderwerp ‘doorgaande leerlijn’ van alle kanten bekijkt. De deelnemers zijn bezig met vragen als: Hoe kijken we naar het leren? Waar bevindt onze opleidingsschool zich nu? Waarmee moeten we rekening houden als we aan de slag willen? Wie moeten we erbij betrekken? Subgroepjes gaan met deelprojecten aan de slag, vanuit een gezamenlijke visie. Werkende weg zal de doorgaande leerlijn vorm krijgen in plannen van aanpak. Met zoveel verschillende scholen en bestuurders is er wel een langere termijn nodig.
Het ontwikkelingspad inbedden in de school mag niet ten koste gaan van de inspiratie en motivatie van de docent. Er moet ruimte blijven, die is belangrijk voor de motivatie van leraren om daadwerkelijk continu bezig te willen zijn met hun eigen ontwikkeling.’

Nelleke Belo, coördinator beroepspraktijk van ICLON en lid van de regiegroep:
‘Bij de overgang van initieel leraarschap naar de inductiefase, en van de inductiefase naar verdere professionalisering, kan het misgaan, of wordt het een succes.
Je hebt namelijk te maken met verschillende partners die elkaar niet spreken, en wie houdt dan overzicht? Hoe zorg je ervoor dat het werkt op de werkvloer? Juist in het gesprek tussen collega’s ontstaat het. Dan moet de leraar iemand hebben die zijn of haar leerbehoefte of ontwikkelpunt oppakt, binnen de mogelijkheden van de school. Een goede begeleider vraagt naar de leerbehoefte van de nieuwe leraar. Als je dan iemand treft die je weet te stimuleren, die je brengt bij datgene waarin je goed bent, wat je specialisme is, heb je geluk. Maar als dat niet in je verdere professionalisering wordt opgepakt, gaat het scheef. Degene die het gesprek en de begeleiding op zich neemt, heeft hier sterke invloed op. Daarom hebben we HRM’ers in de leerwerkgemeenschap; zij brengen de perspectieven van de school en van de docent bij elkaar. Zo kan de doorgaande leerlijn slagen.

In de praktijk stagneert de doorgaande leerlijn regelmatig door de waan van de dag, doordat leraren in routines vervallen. Hoe houden ze zichzelf scherp? Hoe houden ze onderzoek in hun onderwijspraktijk, zodat ze blijven werken aan continue verbetering? Als ze een sparring partner hebben, werkt het beter dan wanneer ze het alleen moeten uitzoeken.
Ik pleit er ook voor dat tweede- en eerstegraders op school zaken met elkaar uitwisselen. Want eerstegraders hebben vakinhoudelijk een grote knowhow, maar ze weten niet altijd waar hun kwaliteiten liggen. Tweedegraders hebben vaak een praktische insteek, en kennen tips and tricks. Als zij met elkaar verbonden worden, ontstaat er een interessante dialoog en iemand moet er alert op zijn dat die ontstaat.’   

Angelique van Riel, stafmedewerker HRM van Onderwijsgroep Galilei:
Mijn utopie is dat we mensen die op een gegeven moment bij ons voor de poort staan met een bepaalde potentie aan te ontwikkelen competenties, zoveel mogelijk begeleiden, met als uiteindelijke doelstelling: de excellente leraar.
De realistische situatie is dat het heel afhankelijk is van de persoon en de situatie of dat lukt. Hoe zit de leraar daar zelf in; in welk team en op welke school is hij of zij beland? Hoeveel initiatief toont hij of zij daarbij zelf?

Op dit moment komen veel ontwikkelingsvragen vanuit de gesprekkencyclus. Dat heeft als nadeel dat ontwikkeling te veel op individueel niveau wordt toegespitst. Mijn wens voor de toekomst is dat we ook als organisatie oog hebben voor de richting die we op gaan, en dat we proactief onze teams en individuele leerkrachten die richting op ontwikkelen.

Ons voor te nemen strategisch beleid is heel actueel binnen de Onderwijsgroep Galiliei. Daarbinnen krijgt professionaliseringsbeleid een grote rol. Wij merken al dat er veel structurele aandacht is voor de professionele ontwikkeling van leraren. Je kunt dan denken aan:

  • de in company-opleiding tot groepsleerkracht voor onze docenten met een pabo-achtergrond. Daarmee zal het aantal onbevoegd gegeven lessen fors afnemen. Deze opleiding is in november gestart;
  • er wordt een begin gemaakt met het opleiden voor de nieuwe vmbo-profielen;
  • op MY college, één van onze scholen, is dit jaar gestart met het onderwijsconcept Kunskapsskolan EDucation (KED), een vorm van gepersonaliseerd leren.

Naast deze projecten gaan we proactief verder met het onderwerp professionalisering. Onze insteek is niet slechts te kijken naar één schooljaar, maar plannen te maken voor de langere termijn.’