‘Mijn halve familie is leraar, onderwijs zit in mijn bloed. Zelf heb ik 7 jaar gedaan over mijn vwo-diploma en daarna heb ik een half jaar bestuurskunde gestudeerd. Ik wilde een praktischer opleiding dan de universiteit. Nu leer ik dankzij Opleiden in de school ook nog extra in de praktijk door de stages. Door veel te doen, en met vallen en opstaan krijg je het vak onder de knie.
De extra opdrachten van dit traject ondersteunen ook het proces van leraar-worden. Je krijgt een steviger fundament, zeg maar.
Ik vind werken in het onderwijs leuk omdat je kinderen in een bepaalde periode van hun leven kunt begeleiden.
Ik denk dat ik goed gekozen heb met het duale traject. Door meer stage te lopen zie je meer soorten onderwijs en kun je een goede keuze maken. Ik heb bijvoorbeeld vijf weken stage gelopen in het praktijkonderwijs, en driekwart jaar in het vmbo met leerwegondersteuning. Ook heb ik in een gymnasiumklas lesgegeven – die discussies daar vond ik echt geweldig. In het vmbo heb je naast een lesgeef- ook een opvoedersrol, wat een leuke afwisseling geeft.
Omdat ik niet meteen naar het hbo ben gegaan, sta ik niet al op m’n 20e voor de klas. Anders was het leeftijdsverschil klein, soms maar 5 jaar. Ik woon in Spijkenisse, en ontmoet ook leerlingen in het dorp. Ze herkennen me; dat hoort erbij. Ik probeer ook buiten school een professionele houding te hebben.’