‘Ik zag het niet zitten om na mijn studie natuurkunde in een lab te gaan werken, want ik ben graag onder de mensen. Ik hielp klasgenootjes altijd graag. Via een vriend rolde ik het duale traject in.
Ik was blij dat ik duaal kon studeren, want ook al was het zwaarder, na een jaar wist ik zeker dat ik dit wilde. Klasgenoten twijfelden in het derde jaar nog steeds. Ze hadden veel minder stages, en keken meer toe. Terwijl ik als duale student al in het eerste jaar zelf moest lesgeven. Het leuke was dat ik het rustiger kreeg nadat ik mijn diploma had gehaald, want ik hoefde niet meer te studeren naast het werk.
Dankzij Opleiden in de school kregen we verschillende cursussen: van klassenmanagement tot pedagogiek voor pubers. Elk jaar was er een nieuw cursusaanbod.
Ik ben een voorstander van duaal studeren, want op die manier doe je veel ervaring op. Ik was blij met wat ik kon en wist aan het einde van de opleiding. En dan zijn er nog genoeg leermomenten, zoals: hoe begin ik een leerjaar?
In het eerste jaar van de lerarenopleiding zaten er 18 studenten in onze groep; uiteindelijk zijn er 4 geslaagd, van wie 3 duale studenten en 1 reguliere student. (Nog iets toevoegen over wat dit zegt over het duale traject?)
Een begeleider op school of vakcoach kan veel betekenen voor studenten. Zo had ik ook een begeleider op mijn vroegere school, Dalton Lyceum Dordrecht, die in me geloofde. Dat vond ik heel fijn. Het lijkt me leuk om zelf ook coach te worden.
Mijn gouden tip is: blijf dicht bij jezelf, want toneelspelen houd je niet vol.
Het boeiende van onderwijs is dat je niet kunt verzinnen wat er in een les gebeurt. Je kunt wel vooraf bedenken wat je aan de orde wilt stellen, maar een les gaat in de praktijk altijd anders. De perfecte les bestaat niet.’