Competenties

Welk traject je ook volgt, we werken er samen met jou naartoe dat je voldoet aan de eisen die de wet-BIO (Beroepen in het onderwijs) stelt aan de competenties van een leraar. De wet-BIO onderscheidt zeven competenties voor leraren in het voortgezet onderwijs en het bve, namelijk:

1. Interpersoonlijk competent

De leraar zorgt ervoor dat er in de groepen waarmee hij werkt, een prettig leef- en werkklimaat heerst. Een leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding, schept eenvriendelijke en coöperatieve sfeer, brengt een open communicatie tot stand en bevordert de zelfstandigheid van de leerlingen/deelnemers.

2. Pedagogisch competent

De leraar helpt de leerlingen/deelnemers een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden die onder andere een goed beeld heeft van zijn ambities en mogelijkheden. Een leraar die pedagogisch competent is, biedt de leerlingen/deelnemers in een veilige leer- en werkomgeving houvast en structuur bij de keuzes die zij moeten maken en bevordert dat zij zich verder kunnen ontwikkelen.

3. Vakinhoudelijk en didactisch competent

De leraar helpt de leerlingen/deelnemers zich de leerinhouden van een bepaald vak of beroep eigen te maken en vertrouwd te raken met de manier waarop die in het dagelijkse leven en in het werk gebruikt worden. Ook helpt hij de leerlingen/deelnemers zicht te krijgen op wat zij in de samenleving en in de wereld van het werken kunnen verwachten. Een leraar die vak- of beroepsinhoudelijk en didactisch competent is, creëert een krachtige leeromgeving, onder andere door het leren in verband te brengen met realistische en voor de leerlingen/deelnemers relevante toepassingen van kennis in beroep en maatschappij.

4. Organisatorisch competent

De leraar draagt zorg voor organisatorische zaken die samenhangen met zijn onderwijs en het leerproces van de leerlingen/deelnemers in de school en op de leerwerkplek. De leraar die organisatorisch competent is, zorgt ervoor dat de leerlingen/deelnemers een ordelijke en taakgerichte omgeving treffen. Waar het leren zich op verschillende plaatsen afspeelt zorgt de leraar (eventueel in samenspraak met andere begeleiders) voor afstemming tussen die plaatsen.

5. Competent in het samenwerken met collega’s

De leraar zorgt ervoor dat zijn werk en dat van zijn collega’s in de school goed op elkaar zijn afgestemd. Hij moet ook bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie. Een leraar die competent is in het samenwerken met collega’s, levert een bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op school, goede onderlinge samenwerking en een goede schoolorganisatie.

6. Competent in het samenwerken met de omgeving

De leraar onderhoudt contacten met de ouders of verzorgers van de leerlingen/deelnemers en met collega’s van (leer)bedrijven en instellingen waarmee de school samenwerkt voor het onderwijs en de zorg voor leerlingen/deelnemers. De leraar zorgt er ook voor dat zijn of haar professionele handelen en dat van anderen buiten de school goed op elkaar afgestemd zijn. Bovendien werkt hij of zij eraan mee dat de samenwerking van zijn school met die bedrijven en instellingen goed verloopt.

7. Competent in reflectie en ontwikkeling

De leraar ontwikkelt zich voortdurend verder en professionaliseert. Een leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt regelmatig na over zijn of haar beroepsopvattingen en zijn of haar professionele bekwaamheid. Zo’n leraar streeft ernaar zijn of haar beroepsuitoefening bij de tijd te houden en te verbeteren.

Lees hier wat de competenties nog meer inhouden.

Tweedegraads

Volg je het tweedegraads opleidingstraject aan de Hogeschool Rotterdam, dan is dit je globale programma gedurende vier leerjaren:

  • Leerjaar 1: oriëntatie, selectie en kwalificatie voor opleiding en beroep
  • Leerjaar 2: bekwaamheden ontwikkelen voor het directe instructiemodel
  • Leerjaar 3: vaardigheden ontwikkelen voor activerende didactiek en samenwerkend leren
  • Leerjaar 4: idem voor (vergrote) autonomie en zelfstandigheid.

De drie leerlijnen die we onderscheiden zijn:

  1. Vakinhoudelijk en vakdidactisch – hierop focust vooral je lerarenopleiding
  2. Onderwijskundig en algemeen beroepsvormend – deze komt met name aan bod op je school
  3. Stage: leren en werken – je gaat lesgeven aan het werk in de klas, eerst als assistent en met goede begeleiding. Hiervoor hebben we leerwerktaken ontwikkeld.

Binnen onze opleidingsschool verzorgt de Hogeschool Rotterdam 60 procent van je opleiding, de scholen verzorgen 40 procent (in de praktijk).

Eerstegraads

Volg je het eerstegraads opleidingstraject via SEC (Delft) of het ICLON (Leiden), dan word je opgeleid tot het niveau ‘startbekwaam’ voor de zeven competenties. Klik hier voor meer informatie. Het ICLON heeft de zeven competenties vertaald naar zes rollen die je als leraar hebt:

  1. professional
  2. regisseur
  3. vakdidacticus
  4. pedagoog
  5. lid van de schoolorganisatie
  6. vakdidactisch onderzoeker

De masteropleiding duurt meestal 1 à 1,5 jaar, na je vakmaster. Binnen onze opleidingsschool verzorgt de universitaire lerarenopleiding 50 procent van je opleiding, de scholen verzorgen de andere helft (in de praktijk).

Begeleidingsplan

Welke opleiding je ook volgt, op alle scholen werken we op dezelfde wijze aan je begeleiding. De hoofdlijnen daarvan komen in ons Begeleidingsplan waar nu nog aan gewerkt wordt.

De kwaliteit van je begeleiding

De mensen met wie je te maken krijgt, zijn niet de eersten de besten op hun school. Onze werkplekbegeleiders (die je in de dagelijkse praktijk begeleiden) en schoolopleiders (die je in algemene zin op je school begeleiden) zijn daar professioneel voor getraind en volgen jaarlijks scholing om hun begeleidingsvaardigheden op peil te houden. Verschillende schoolopleiders zijn officieel gecertificeerd (ook door de VELON). Daarnaast zul je te maken krijgen met assessoren of examinatoren; zij zijn eveneens officieel opgeleid en gecertificeerd.

De schoolleiding geeft al deze professionals voldoende tijd om je te begeleiden.competenties